Zoeken naar wijsheid

Inleiding op Leviticus

Handboek voor priesters

De naam van het boek komt van Levi, de stam van Israël die was voorbestemd om priesters voort te brengen. Zij zouden optreden als middelaars tussen God en zijn volk.
Het was hun taak de offers te brengen en de rituelen van Israëls aanbidding uit te voeren. Daarnaast hadden ze tot taak om het woord van God te onderwijzen aan Gods volk. Kort gezegd: God wilde, dat ze eerlijk en goed in vrede met God zouden leven. De mensen zouden door hun woorden en voorbeeld leren om goed te leven en weerhouden worden om het kwade te doen.

Naderen tot een heilige God

Het centrale thema van het boek Leviticus is: hoe kunnen we naderen tot een heilige God? Want God is heilig. Hij is licht zonder een zweem van duisternis. Wie tot hem wil naderen moet heilig zijn zoals hij en rein van alle zonden.

Natuurlijk, God heeft zijn wet gegeven, die je zou kunnen samenvatten als: Doe dat en je zult leven. Wie is in staat om helemaal in overeenstemming met Gods wet te leven? Niemand is immers volmaakt. Toch zegt de wet: Wees volmaakt, zoals uw hemelse Vader.
Dit boek toont ons wat God gedaan heeft om het de mensen mogelijk te maken tot Hem te naderen, het heiligdom binnen te treden en in zijn aanwezigheid te verblijven. Het bevat dus als het ware een samenvatting van de weg die de priesters het volk moesten leren bewandelen.

Het hoofdonderwerp  van de Bijbel

Wij, die het boek lezen in het licht van het Nieuwe Testament en die in Jezus de weg en de waarheid en het leven herkennen, zullen verwachten, dat we in dit boek verwijzingen vinden naar de onze Heiland, die door God gezonden is om de redder van zijn volk te zijn. En dat temeer, daar we ons realiseren dat de Bijbel als geheel over Jezus gaat. We mogen daarom verwachten in elk bijbelboek iets over Hem te kunnen leren.

Gods karakter in Leviticus

Gods wilde bij zijn volk wonen en omdat ze door de woestijn reisden, woonde hij net als zij in een tent, in sommige vertalingen ook wel ‘tabernakel’ genoemd. De reis duurde 40 jaar, maar al die tijd reisde hij met hen mee. Die tent was de plaats waar God zijn volk ontmoette en waar hij met hen sprak. Dit alles zegt veel over God!

In die ontmoetingstent stond Gods “troon”, de ark van het verbond. Dat was een houten kist, van binnen en buiten met goud bekleed en versiert met een gouden deksel en gouden “cherubs”, een soort engelen. Daarom wordt van God gezegd, dat hij tussen de cherubs troont.
In die kist lag Gods wet, de geboden waaraan het volk onderworpen was. Dat klinkt niet prettig, want wie houdt zich volmaakt aan de wet? Het lijkt nogal onheilspellend, als de wet van de heilige en rechtvaardige God je ontmoeting met hem overschaduwt. Maar Gods troon was niet een rechterstoel, aar een “genadetroon”. Want het deksel van de ark heette “verzoendeksel”. Jaarlijks werd daarop bloed gesprenkeld voor de zonden van het volk. In het Nieuwe Testament worden die aangeduid als “afdwalingen” of
fouten die onwetend maakt. Dat tekent God net als strenge rechter die er op uit is om te straffen, maar als iemand die vrienden accepteert met hun zwakheden.

In de ceremonie rond het verzoendeksel doet veel denken aan Jezus. Over zijn dood wordt ook gesproken als een offer. Het bloed van geiten en stieren en de as van een jonge koe konden de Israëlieten niet verlossen van hun zonden. Ze werden slechts ceremonieel gereinigd, maar het feit dat telkens weer dezelfde offers gebracht moesten worden, confronteerde hen er mee, dat hun fouten niet volledig ongedaan gemaakt werden. De uitwerking van het bloed van Jezus daarentegen is doeltreffend: we worden helemaal rein!

Het is opvallend, dat er een verschil is tussen Gods spreken in Leviticus en zijn manier van optreden op de berg Sinaï in Exodus. Daar gaf hij zijn wetten en het volk vreesde, omdat ze begrepen dat ze niet in staat waren om dicht bij God te komen. Daar was het de Rechter in zijn gerechtigheid en heiligheid. Maar hier in Leviticus wordt hij geportretteerd in liefde en vergevingsgezindheid.
Toch is het dezelfde heilige God die spreekt, zowel in Exodus als in Leviticus. Maar hier wordt de nadruk gelegd op zijn liefde. De Heilige heeft een afkeer van de zonde, maar hij houdt van ieder mens, hoeveel fouten die ook maakt. Daarom oordeelt hij de zonde, maar redt hij de mens van de dood. De dood van het onschuldige lam laat zien hoever Jezus wilde gaan om ons van de dood te bevrijden: hij daalde af in de dood.

Schuiven naar boven