Zoeken naar wijsheid

Het brandoffer – volmaakte toewijding

Beschrijving van het offer

Het eerste vrijwillige offer dat beschreven wordt, is het brandoffer. De Israëliet kon een stier, een geit of een schaap of zeven duiven offeren. Daardoor was het zelfs voor de armsten onder het volk mogelijk om hun liefde voor God in dit vrijwillige offer uit te drukken. Het dier moest helemaal gaaf zijn, zonder een enkel gebrek en het werd in z’n geheel op het altaar verbrand – behalve de huid als het stier was.

De betekenis van het offer

In de inleiding is al gezegd, dat alle offers iets vertellen over Jezus. Zonder me aan mijn fantasie over te geven, wil ik een paar punten aanstippen waarin we overeenkomsten tussen Jezus en dit offer opmerken.

Volmaakt

Het offerdier moest ‘volmaakt’ zijn. Het is als het ware een beeld van de volmaaktheid van Jezus. Wie hem gadesloeg, kon hem niet betrappen op enige onrechtmatige daad of leugen. Zijn woorden en daden pasten helemaal bij de heilige God.

Tot eer van God alleen

Het brandoffer was bedoeld voor de heer. Bij andere offers, zoals het zondoffer en het schuldoffer, had degene die het offer bracht een probleem dat opgelost moest worden, maar dat is hier niet het geval. Degene die het offer brengt, heeft niet iets goed te maken, maar geeft uitdrukking aan zijn waardering en liefde voor God en geeft hem de eer die Hem toekomt om wie hij is: de Eeuwige, de Heilige, de Allerhoogste. Ook dat zien we terug bij Jezus. Hij was in de eerste plaats gekomen om God de eer te geven. Sinds Adams zondeval heeft de mensheid God dit eerbetoon onthouden, maar als de laatste Adam bracht Jezus namens de mensheid God deze eer in de vorm van zijn volkomen toewijding. Zijn leven was een liefelijke reuk voor de Heer.

Om blij van te worden

Van het offer wordt gezegd, dat het een geurige gave was: de Heer stelde dit offer bijzonder op prijs.
We kunnen dat begrijpen, als we ons realiseren, dat dit offer, dat geheel in vlammen opging op het altaar, het beeld oproept van Jezus, die maar één passie kende: leven voor zijn Vader. Hij kwam om God te verheerlijken en tegen elke prijs toegewijd aan zijn vader te leven. Als hij al angst had voor de gevolgen van zijn radicale boodschap, veranderde hij die niet. Hij nam, niet gedwongen maar vrijwillig, het kruis op zich, omdat Hij de wil van God wilde volbrengen. Niemand kon zijn leven afnemen, Hij gaf het uit Zichzelf.
Petrus opperde dat hij alles zou doen om te voorkomen, dat Jezus gevangen genomen en gedood zou worden, maar Jezus hem resoluut terecht. Want hij was gekomen om de opdracht die de Vader hem gegeven had, te vervullen, ook al zou hij aan de heerser van de wereld overgegeven worden.
Het toegewijde leven van Jezus was aangenaam voor God. Twee keer gaf God duidelijk hoorbaar een getuigenis aangaande zijn Zoon:
Deze is mijn Zoon, de geliefde, in Hem vind Ik vreugde. Dit gebeurde nog tijdens zijn leven, maar de waardering van de Vader voor de Zoon bereikte een hoogtepunt toen de Zoon liet zien wat hij voor zijn Vader over had. De Vader bekleedde de Zoon met goddelijke heerlijkheid omdat hij zich alleen door het woord van de Vader had laten leiden.

Handoplegging

De Israëliet moest zijn handen op de kop het dier leggen. Met deze handeling identificeerde degene die het offer bracht zich met het offer. Alsof hij wilde zeggen: zoals dit offer helemaal voor u is, zo wil ik graag helemaal voor u leven, omdat u me zo lief bent.
Het Nieuwe Testament laat zien, dat de gelovige één met Jezus geworden is, ja, dat we in Christus volmaakt geworden zijn. De mens is al de hoogstgeplaatste in Gods schepping, bijna goddelijk, omdat hij geschapen was naar Gods beeld, maar het geloof in Christus Jezus verheft ons tot een nog hogere positie.  Zo blij als God met het offer was, zo blij was God met degene die zich met het offer vereenzelvigde.

Gaaf van buiten en van binnen

Het dier moest voor het verbrand werd, nauwkeurig ontleed worden door de priester en door degene die het offer wilde brengen. Eerder al hadden ze aan de buitenkant gezien, dat het een gaaf dier was, maar ook het innerlijk werd aan een onderzoek onderworpen.
Eigenlijk is dit het wezen van aanbidding: onze aandacht richten op Jezus, onze Heer. Van zijn daden en woorden kun je onder de indruk zijn, maar naarmate je daar meer aandacht aan geeft, ontdek je daarin steeds meer zijn hart, zijn gezindheid. Daaraan kun je je toevertrouwen, ook al begrijp je Gods doen en laten niet altijd.
Als we nadenken over Jezus zullen we natuurlijk afvragen of ons hart, onze toewijding aan God, enigszins te vergelijken is met dat van Jezus. Want als een Israëliet vrijwillig een brandoffer bracht, drukte hij daarmee toch ook het verlangen uit om zijn leven aan God te wijden, zoals het offer aan God gewijd was?

Voor de priester

Bij de bijzondere bepalingen betreffende de offers, wordt de huid van het dier van het brandoffer aan de priester gegeven. Dat doet denken aan Genesis 3:21. Toen de mens in zonde gevallen was, werd zijn zondige naaktheid bedekt door kleding van dierenhuid. Die staat daarmee voor “geschonken gerechtigheid”. Degene die die kleren droeg, profiteerde van de gerechtigheid van een ander. In nieuwtestamentische taal is dat: als je met Christus één gemaakt bent, ben je met Christus bekleed.
En dat wordt gezegd, tot ons, van wie ook gezegd wordt, dat tot een volk van priesters gemaakt zijn.

Altijd brandend

In de nadere bepalingen bij dit offer vinden we ook, dat het brandoffer dag en nacht op het altaar moest blijven branden. Het was letterlijk en figuurlijk de basis waarop alle andere offers op het altaar geofferd werden. Je kunt met recht zeggen, dat dit offer het mogelijk maakte dat God genadig en barmhartig was voor zijn volk. Zo legden het leven en de dood van Jezus het perfecte fundament voor Gods genade voor ons. De volmaakte toewijding van de Zoon, de volmaakte mens, als vertegenwoordiger van de mensheid, staat God voortdurend voor ogen en dat is voldoende om de hele wereld in zijn hart te sluiten.

Schuiven naar boven