Zoeken naar wijsheid

Het hersteloffer – komt het weer goed tussen ons?

De omgang van de Israëlieten met God werd gekenmerkt door offers, die aan God gebracht werden. Die lieten zien, dat het niet vanzelfsprekend was, dat mensen met God omgingen. Sinds de zondeval was er een barrière die geslecht moest worden.
Alle offers vormden een verwijzing naar het ene grote en volmaakte offer, dat ooit de zonde geheel zou uitbannen: het offer van het lichaam van Jezus Christus. Ook bij het hersteloffer, in andere vertalingen ook schuldoffer genoemd, probeer ik dat te ontdekken en toe te passen op mijn leven.

Beschrijving van het hersteloffer

Reinigingsoffer en hersteloffer

Het hersteloffer wordt bijna in één adem genoemd met het reinigingsoffer. Ze  hebben blijkbaar iets met elkaar te maken.

Bij het reinigings- of zondoffer hebben we gezien, dat door zonde onze relatie met God beïnvloed wordt. Tegelijk liet dat offer zien, dat zonden wel ernstig zijn, maar niet rampzalig, omdat God voorzien heeft in een oplossing. Het zondoffer is een beeld Jezus, wiens bloed reinigt van alle zonden en die door zijn aanwezigheid bij de Vader onze redding zeker stelt. Door onze zonden verliezen we het leven van God niet. We zijn en blijven zijn kinderen.

Maar als ik verkeerd handel, gebeurt er wel wat; alsof er een verwijdering tussen mij en God ontstaat. Denk maar eens aan de verloren zoon. Hij was een kind van de vader, maar er was tussen vader en kind geen omgang of gesprek. Het herstel- of schuldoffer laat zien hoe God met deze kant van het probleem van zonde omgaat.

In de beschrijving van dit offer worden twee verschillende situaties genoemd. Allereerst is sprake van iemand die zonder het te weten zondigt tegen één van de geboden van de Heer. De tweede situatie betreft het ook een overtreding tegen de Heer (v. 21), waarbij echter ook onrecht aangedaan wordt aan mensen.

In beide gevallen wordt dezelfde oplossing voorgeschreven. Dat geeft voor mij aan, dat beide zonden even zwaar worden beoordeeld. En op grond van Numeri 5:6,7 ben ik zelfs geneigd te concluderen, dat het hier eigenlijk om één situatie gaat en dat de ernst van wat mensen elkaar aandoen hier extra benadrukt wordt door het expliciet te benoemen als een vergrijp tegen de Heer. Hoe dan ook: de oplossing was beide gevallen: offer een ram, stel de benadeelde  schadeloos en betaal ‘smartengeld’ ten bedrage van 20% van de berokkende schade.

Betekenis van het hersteloffer

Het hersteloffer helpt me begrijpen welke invloed mijn woorden en daden op anderen hebben. En ook

Stappen in het proces van vergeving
  1. Erkenning van schuld
    De Israëliet die gezondigd had, moest de schade die hij berokkend had, vergoeden. Daarbij moest hij openlijk uitspreken wat hij misdaan had. Hij erkende zijn schuld en de aangerichte schade moest nauwkeurig vastgesteld worden. Hij moest dus precies weten, wat hij had aangericht voordat er van vergeving sprake kan zijn. Wanneer ik dus fout gehandeld heb, kan ik me er niet van afmaken met: “Sorry hoor, als ik je pijn gedaan heb”. Dan geef ik er blijk van dat ik niet begrijp, wat ik bij de ander aangericht heb. En als ik zo’n oppervlakkige ‘belijdenis’ van een ander beloon met vergeving – en m’n christelijke hart voelt zich daar al gauw toe verplicht – zal er sprake zijn van een oppervlakkig soort ‘vergeving’ en al helemaal geen ‘herstel’. De zaak blijft als een veenbrand sluimerend onder de oppervlakte branden en zal nog veel meer narigheid voortbrengen.
    Let erop, dat vergeving hier iets anders betekent dan bij het reinigingsoffer. Daar betekende het dat God zijn oordeel afwendde. Bij het hersteloffer betekent het, dat er weer omgang met God mogelijk gemaakt wordt en (misschien) ook menselijke relaties hersteld worden.
  2. Aanvaarding van het oordeel
    De Israëliet moest ook een boete van 20% van de berokkende schade betalen, een soort smartengeld. Daarmee zie hij feitelijk: “Mijn schuld is te groot om het ooit nog goed te kunnen maken. Ik sta bij je in het krijt”. of: “Je hebt gelijk als je kwaad op me bent – en blijft”.
    Hiermee is ook duidelijk, dat vergeving niet betekent, dat de kwetsende daden of woorden gebagatelliseerd worden. De schuldige wordt niet voor onschuldig gehouden. Ook als er vergeving geschonken wordt, hebben zijn daden gevolgen. Het slachtoffer is (terecht) boos. De relatie is niet automatisch weer als voorheen. En er zijn ook zaken, die niet alleen bestraft worden door de tijdelijke of blijvende boosheid van het slachtoffer, maar waarover ook een juridisch oordeel geveld hoort te worden. Denk aan fraude of incest. Dat kan niet afgedaan worden met “Je hebt het me toch vergeven?”
  3. Herstel van de relatie?
    Als ik deze stappen doorwandel, vindt er in de relatie met God altijd herstel plaats. Of dat in de menselijke verhoudingen altijd mogelijk is, is nog maar de vraag. De verwonding kan dermate hevig zijn, het vertrouwen zozeer geschaad, dat er gedurende het aardse leven geen herstel mogelijk is.
    Als de relatie toch hersteld kan worden, is dat een onverdiende gunst, die me ten deel valt. Als er geen herstel kan komen, zal ik dat als dader zonder morren met me meedragen als een pijnlijke herinnering aan mijn deelhebben aan de gebrokenheid van deze wereld.
Hoe ga ik met medemensen om?

Niet alleen mijn relatie met God kan beschadigd worden door mijn gedrag, maar ook mijn relaties met mensen. Het gaat daarbij niet om allerlei regels zoals: “doe dit” en “laat dat”. Gods richtlijn voor het leven op aarde is: God liefhebben boven alles en de naaste als jezelf. Als ik dat niet doe, is de kans groot, dat ik iemand benadeel of onnodig pijn doe. Maar God zegt van die persoon: ik houd van hem/haar.
Ik verbeeld me niet, dat ik altijd alle mensen om me heen liefheb. Wat weegt mijn eigenbelang toch vaak zwaarder dan dat van anderen. Wat vergeet ik gemakkelijk te handelen naar het gebod van de liefde. Maar doe ik dat als ik krampachtig probeer ze lief te hebben en uiteindelijk maar doe alsof?
Als eerste stap wil ik wel een voorbeeld nemen aan David. Hij bad: Zet een wacht voor mijn mond, Heer, een post voor de deur van mijn lippen. Daaruit kun je opmaken, dat hij iemand was die snel met z’n oordeel over een ander klaar stond en daarmee gemakkelijk mensen kwetste. Daarbij zien we ook nog eens veel gemakkelijker de fouten van anderen, dan die van onszelf. Bij anderen zie je altijd “grote” dingen zoals: diefstal, fraude, misbruik. Daarbij zijn je eigen onvolmaaktheden verwaarloosbaar. Ik heb een wachtpost nodig, die voorkomt, dat ik met mijn woorden anderen kwets.

Maar soms moet je iemand toch op z’n fouten wijzen en de waarheid zeggen? Maar zelfs al ik dat doe, kunnen mijn woorden als dolken zijn. Bij Jezus echter is waarheid verbonden met genade. Dat zou ik ook willen leren: genade en waarheid hand in hand laten gaan. Daarom vraag ik me af: waarom wijs ik iemand terecht? Doe ik dat om de ander liefdevol verder te helpen in het leven met God of om mijn eigen irritatie of frustratie kwijt te kunnen? Ben ik vrij van zelfzucht of eigendunk als ik iemand terechtwijs?

Voor elke zonde, ook als hij die onbewust deed, moest de Israëliet een ram offeren. We hebben al eerder gezien, dat de offerdieren stuk voor stuk verwijzen naar Jezus. Dat brengt de gedachte dichtbij, dat al mijn zonden, in daad of woord, het lijden van Christus verzwaard hebben – hij droeg immers al onze zonden? Het raakt me, als ik besef, dat mijn daden (mede) oorzaak waren van dat zware lijden. Let wel: we kunnen niet voorkomen, dat we af en toe zondigen, maar ik zou er toch alles voor over hebben om zijn lijden zoveel mogelijk te verlichten.

Vergeving vragen?

Vergeving (in de volle betekenis van het woord) is dus niet goedkoop. De daad die er aan vooraf ging, kan zoveel kwaad aanrichten, dat het te gemakkelijk is om iemand te vragen: “Wil je me vergeven?” Als ik dat doe, leg ik het probleem bij de ander, die misschien te gekwetst, te verwond is, om te kunnen vergeven. Maar die ander heeft deze situatie niet doen ontstaan. Ik moet hem/haar dus ook niet opzadelen met de verantwoordelijkheid om de situatie op te lossen.
Als ik fout gehandeld heb – ook al was het onbedoeld en onbewust – kan ik alleen mijn eigen verantwoording erkennen en zeggen: “Dat en dat heb ik fout gedaan”. Heel concreet. Ik zeg dat tegen God, maar ook tegen degene die ik verkeerd bejegend heb. En alleen tegenover anderen, als ik hun kijk op die ene persoon nadelig beïnvloed heb. Dat is wat de Bijbel noemt: je zonden belijden. Het resultaat daarvan is, dat de relatie, het contact met God, weer hersteld wordt.
Of het tussen mensen ook weer goed kan komen? Natuurlijk hoop ik dat, maar als ik mijn zonde belijd, erken ik mijn fouten en accepteer ik de reactie van de ander. Is er alleen boosheid? Ik heb het verdiend. Is er vergeving? Ik ontvang een onverdiende genade!

Moet ik jou vergeven?

Hier in het Oude Testament gaat het uitsluitend over degene die iets misdaan heeft en die vergeving nodig heeft. Het gaat om de vraag: hoe kan die verder met zijn leven? Het is opmerkelijk dat Petrus, de discipel van Jezus, deze vraagstelling omdraait: Hoe vaak moet ik mijn broeder vergeven? Je hoort het ‘m denken: Ik hoop maar niet te vaak, want één keer is me eigenlijk al te veel. Hoe moet ik verder?
Het antwoord van de Heer houdt een onmogelijke opgave in: 7 maal 70 maal. En, volgens de direct daarop volgende gelijkenis, ook nog eens van harte. Daarmee zegt Jezus tegen Petrus: als je echt door iets te doen mijn vergeving wilt verdienen, dan moet je volmaakt zijn, zoals je hemelse Vader volmaakt is.
Wij trappen in dezelfde valkuil als we elkaar voorhouden: “Je moet de ander vergeven”. Zou ik de ander een wet willen opleggen, die ik zelf niet eens kan naleven? Ik kan nooit tegen iemand zeggen: “Je moet zo of zo handelen”. God heeft geen wet gegeven, waardoor mensen behouden kunnen worden. De wet toont juist dat het onmogelijk is om door eigen inspanning Gods vergeving te verdienen. Het enige dat God van je vraagt, is de weg van je God te gaan ofwel “te wandelen met God”. Als ik voortdurend opkijk naar Jezus, zal ik veranderen. En wellicht leer ik dan ook om vergevingsgezind te zijn.

Wat is vergeven?

Vergeving is een ingewikkeld proces. In eerste instantie is het alleen maar: afzien van wraak, het overlaten aan de Heer. Je zou dit “positionele vergeving” kunnen noemen. Die is onvoorwaardelijk; het is een afspraak, die wij maken met God en het voltrekt zich uitsluitend tussen God en ons. Wij bepalen hierin als het ware onze positie in het vergevingsproces.
In de intieme omgang met God zoek ik een plekje voor mijn pijn, verdriet en boosheid en worstel ik me toe naar een vergevingsgezinde intentie ten opzichte van de schuldige.

Hopelijk kan ik na verloop van tijd zonder boosheid – want er is ook tijd nodig om boos te zijn! – aan die persoon denken. Dan ontdek ik, dat vergevingsgezindheid helend is voor mezelf. Het maakt me vrij van die ander….Misschien kan ik, als de toegebrachte wonden voldoende geheeld zijn, nog een stap verder gaan en aan de ander denken zonder de pijn te voelen bij de herinnering aan wat hij me heeft aangedaan. Maar als dat niet kan, nog niet, al is het al zo lang geleden – wil ik niet wanhopen, maar erover spreken met mijn Heiland.

De laatste fase in dit proces is “verzoening”, het herstel van de relatie. Dit zou je “transactionele vergeving” kunnen noemen. De vergeving kan ook daadwerkelijk weggegeven worden; er vindt een transactie plaats.

Over het algemeen is bij deze fase nodig dat de schuldige zijn schuld erkent. Natuurlijk kan ik daar als slachtoffer van afzien. Er is een verhaal van Corrie ten Boom, die in staat was de Duitser, die haar familie zo’n leed berokkend had en mede de dood van haar zuster op z’n geweten had, de hand te reiken en vergeving te schenken. Maar vergeet bij dit verhaal niet, dat er veel tijd en vooral strijd overheen is gegaan, alvorens zij zover kwam. En zelfs dan nog: het verhaal is een voorbeeld van wat mogelijk is, niet wat de norm is, die wij moeten proberen na te leven. Het is wreed als we het zo voorhouden aan iemand die lijdt onder de gevolgen van wat hem/haar is aangedaan. Die persoon is niet geholpen door zo’n verheven voorbeeld, maar door iemand die mee lijdt, die mee worstelt, die in de vertwijfeling naast hem/haar komt staan. Die wijst op hem, die onze harten wil balsemen, die onze wonden wil genezen.

Als de vergeving geschonken is, kan er misschien ook een herstel van de relatie volgen, maar daarvoor is niet alleen tijd nodig, maar ook een groei van wederzijds vertrouwen. En soms is dat wat tussen mensen is voorgevallen zo ernstig, dat er geen volkomen herstel van relaties mogelijk is. Dat is pijnlijk voor iedereen, maar inherent aan het leven in een gebroken wereld als mensen die in die gebrokenheid delen totdat Jezus terugkomt.

Het recht van het slachtoffer

Vergeving is het recht van het slachtoffer en kan nooit worden opgeëist door de schuldige. Anderen, ook pastoraal bewogen medechristenen, mogen bij het slachtoffer niet aandringen om toch vooral te vergeven, zelfs als er geen sprake is van erkenning van schuld. De redenen die sommigen hebben om dat de verlangen, lopen uiteen – omdat het christelijke plicht zou zijn of omdat het helend is voor het slachtoffer. Maar op deze wijze doen we het slachtoffer (opnieuw) onrecht.
Omgekeerd geldt ook, dat wij, als er sprake is van vergeving zonder schulderkenning, die vergeving niet in twijfel mogen trekken. Kunnen wij in de harten kijken en narekenen wat God in een mens bewerkt?

Het past ons alleen maar om te bidden, dat God ons ervoor bewaart elkaar schade te berokkenen. En dat hij ons leert de schade die onbedoeld toch toegebracht wordt, te herstellen in de geest van Christus. Of we nu slachtoffer of dader zijn.

Schuiven naar boven