Zoeken naar wijsheid

Het wekenfeest – een geschenk aan God

De instelling van het feest

Vanaf het Feest van de Eersteling, ons Paasfeest, dat daags na de sabbat van het Pesachfeest werd gevierd, telden de Joden zeven sabbatten ofwel zeven volle weken. Op de dag na de zevende sabbat, de vijftigste dag, werd het wekenfeest gevierd. Het was een oogstfeest, het begin van de tarweoogst. De eerste dag van het feest wordt ook aangeduid als dag der eerstelingen; waarop de eerstelingen van de tarweoogst aan God werden aangeboden.
Op die dag werden er verscheidene offers gebracht: twee gezuurde broden, dus brood met gist bereid, samen met een brandoffer van 7 lammeren, 1 stier en 2 rammen, waarbij nog een graan- en wijnoffer gebracht warden. Verder werd er nog een geit als zondoffer gebracht en 2 lammeren als een vredeoffer.
De 2 lammeren waren, samen met de 2 broden, een “beweegoffer” voor de Heer: ze werden omhoog geheven en zo als het ware aan God aangeboden.
De Israëlieten moesten dit feest in Jeruzalem vieren en op de dag van het feest mocht er niet gewerkt worden.

Het Wekenfeest en Pinksteren

De datum van het Wekenfeest brengt ons automatisch bij het nieuwtestamentische Pinksterfeest. Het woord Pinksteren is afgeleid van het Griekse woord πεντηκοστη (pentèkostè) wat ‘vijftigste’ betekent. Het oude Wekenfeest vindt z’n vervulling in het feest van Handelingen 2. Tot op die dag geloofden er maar enkele mensen in Jezus. Denk aan Simeon en Anna in de tempel, toen Hij als een veertig dagen oude baby aan God werd voorgesteld. Naast de elf discipelen waren er nog zo’n 120 personen die in hem geloofden, maar dan had je het wel gehad. Maar op de dag van Pinksteren was plotseling de oogsttijd aangebroken. En ieder die geloofde werd gedoopt in de Heilige Geest, wat betekent, dat Gods Geest de gelovigen samenvoegde tot één lichaam.

Volgens de Joodse overlevering was de dag van het Wekenfeest ook de dag waarop Mozes uit Gods hand de wet ontving. In de Joodse opvatting zijn de Tien Geboden symbolisch voor de gehele Thora, de “wet” ofwel de boeken van Mozes, vandaar dat het Wekenfeest ook wel ‘Matan Torah’ genoemd wordt, “de gift van de Thora”. Een aardige anekdote is, dat het volk zich verslapen had op de ochtend dat zij de Wet en de Geboden ontvingen. Daarom waken zij tegenwoordig de eerste nacht van Sjavoeot om de fout van hun voorouders goed te maken. Ze lezen en leren tot ’s morgens vroeg uit de Thora en andere geschriften.
Deze traditie is echter ontstaan na het jaar 70 en was in Jezus’ dagen niet bekend. Bovendien was de tijd tussen uittocht en wetgeving volgens Exodus op de dag af 2 maanden, wat in Israël een tijdsduur van 58 of 59 dagen is. Maar er zijn wel wat vergelijkingen mogelijk:

Sjavoeot Pinksteren
de 50ste dag de 50ste dag
Gods wet geschreven op stenen Gods wet geschreven in onze harten
Jeremia 31:33;
Geschreven door de vinger van God
Exodus 31:18
Geschreven door de Geest van God
2 Korintiërs 3:3; Hebreeën 8:10
3000 doden
Exodus 32:1-8, 26-28
3000 levenden
Handelingen 2:38-41
Berg Sinaï
Exodus 19:11
Berg Sion
Romeinen 11:26; Hebreeën 12:22; 1 Petrus 2:6

De betekenis van het feest

Omdat Jezus het hoofdonderwerp is van de Bijbel stel ik ook bij het Wekenfeest de vraag, wat ik ervan kan leren over Jezus en zijn betekenis voor mijn leven.

Gezuurd brood

De offers die tijdens dit feest gebracht werden, spreken voor zichzelf. Het brandoffer en het graanoffer wijzen op Jezus, evenals het zondoffer. Het brandoffer toont hem in zijn volmaakte toewijding aan God. Het graanoffer (graan wordt in de Bijbel soms gebruikt als een illustratie van het menselijke; of aardse bestaan) toont hem als de volmaakte mens. Het zondoffer laat hem zien als de volmaakte Plaatsvervanger.
Een vredeoffer was enerzijds bestemd voor de Heer, maar ook degene die het offer bracht en de priester at ervan. Het vredeoffer hier vertelt ons dus dat de gebeurtenissen bij dit feest de Heer behaagden: het was “tot een lieflijke reuk voor de Heer“. Tegelijk was het echter een bron van vreugde en zegen voor de mensen.
De broden waren gebakken met zuurdesem, dat in de Bijbel meestal een beeld is van zonde en bederf. Denk maar aan de nieuwtestamentische oproep om een ongezuurd brood te zijn door alle  slechtheid en boosheid uit ons hart te weren.
Dit offer kan een aanduiding zijn van de gemeente van Jezus – een beeldspraak die Paulus een keer gebruikt in 1 Korintiërs 10. De mensen die samen de gemeente vormen zijn allen geboren als zondaren die God niet konden behagen). Maar deze broden behaagden de Heer, ook al waren ze gezuurd. Misschien heeft dat te maken met de samenstelling en bereiding van deze broden.

  • Gebakken brood
    De werking van de zuurdesem was gestopt toen de broden waren gebakken. Als we geloven in Jezus als Heer worden we zo één gemaakt met hem, dat alles wat hem is overkomen, ook ons overkomen is. Hij heeft de hitte van Gods toorn ondergaan, waardoor de zonde teniet gedaan wordt.
  • De ingrediënten
    Bij de instelling van het vredeoffer wordt vermeld hoe deze broden bereid worden: van meel en olie. Door het geloof in Jezus worden we wedergeboren. Als eerste gave van God ontvangen we de Heilige Geest. Hij is de drager van nieuw leven, van de nieuwe natuur die we ontvangen. Weliswaar is de zonde nog wel in ons aanwezig, maar door Gods Geest kunnen we de kracht van de zonde overwinnen en leven tot Gods eer.
Een geschenk aan God

Bij de instelling van dit feest gaat het om het klaarmaken van een geschenk aan God! Een geschenk dat hem aangeboden wordt door de Zoon: Hier zijn ze, de kinderen die u mij gegeven hebt. Ik heb ze verlost, ik heb ze volmaakt, ik heb mezelf in hen gereproduceerd, ze zijn voor u! Het gaat over mij, over de christelijke gemeente ….!

Een geschenk van God

Als we het Pinksterfeest vieren, denken we ook aan het geschenk, dat God ons gaf: zijn Heilige Geest. Wat een voorrecht is dat! Op het moment dat we tot geloof in Jezus kwamen, heeft God zijn Geest uitgestort in onze harten, waardoor we God onze Vader mogen noemen. De een ervaart dat intens en toont het uitbundig, de ander beleeft dat meer in stilte en uit zich ingetogen – en er zijn voor ons allen momenten dat we het helemaal niet ervaren – maar we hebben allen Gods Geest ontvangen. God gaf ons door de Geest gaven, capaciteiten om ons in staat te stellen hem te dienen. We hebben niet allemaal dezelfde gaven ontvangen, maar niemand is bij de uitdeling van gaven overgeslagen!

Pinksteren vieren we ook als een geschenk van God aan de wereld. Het feit dat God de leerlingen van Jezus in staat stelde om in vele talen de grote daden van God te verkondigen, was voor de Joden eigenlijk onplezierig. Want dat was het aangekondigde teken dat God zijn woord voor zijn volk zou verbergen om de taal van de heidenen te spreken.
Tegelijkertijd geeft het aan, dat God niet alleen Hebreeuws spreekt, maar alle talen. Hij rust zijn discipelen toe, zodat ze de opdracht die hij hun gaf om het evangelie te verkondigen aan alle volken) kunnen vervullen.

Twee broden

Je zou je kunnen afvragen waarom de Israëlieten twee broden moesten offeren.
De Joden lazen op deze dag het boek Ruth, waarin het gaat over een Moabitische vrouw die naar Israël kwam uit liefde voor haar Joodse schoonmoeder, Naomi. Het verhaal speelde zich af in de tijd vanaf het begin van de gerstoogst tot aan het begin van de tarweoogst in het boerendorp Bethlehem. Natuurlijk leent zich zo’n boekje uitermate om tijdens een oogstfeest gelezen te worden. Maar de diepere betekenis van het verhaal schuilt in het gegeven, dat een Moabitische samen met de Israëlieten God aanbidt. Het Joodse volk verwacht een tijd, dat net als in dit verhaal, Joden en heidenen samen God zullen aanbidden. Het nieuwtestamentische Pinksteren is daarvan een voorloper. De twee broden beduiden, dat God in de gemeente alle gelovigen insluit: zowel die uit de Joden als die uit de heidenen. In de gemeente van Christus hebben die allen dezelfde positie en status). Samen vormen ze het geschenk aan God!
Als jk werkelijk deel wil zijn van het geschenk aan God, dan moet ik open staan voor alle gelovigen. Tot welke kerk ze behoren is dan niet meer belangrijk; hun culturele of etnische achtergrond hoort niet mee te tellen, evenmin is belangrijk of ze makkelijk of moeilijk in de omgang zijn.

Eerstelingen

Jezus zelf wordt voorgesteld als de “Eersteling” – de eerste van de gestorvenen die uit de dood is opgewekt. Maar ook de gelovigen worden aangeduid als “eerstelingen”, de eersten van de nieuwe schepping).
Eerstelingen – dat betekent dat er een nog veel grotere oogst is te verwachten. De Bijbel spreekt over een tijd dat niet alleen het hele volk Israël de Messias zal aanvaarden, maar dat ook een schare die niemand tellen kan uit alle volken, stammen, natiën en talen der aarde God en het Lam zullen aanbidden ).

Conclusie

God heeft zijn Geest uitgestort op alle vlees. Wie gelooft in Jezus, heeft de Geest ontvangen en is voor eeuwig verbonden met Jezus, het hoofd van de gemeente in de hemel.
De Geest wil mij samen met alle andere christenen vormen tot een geschenk aan God. En wat zou ik blij zijn, als mijn leven bijdraagt aan de groei van dat geschenk. Het is toch geweldig als er straks bij die ontelbare schare tenminste één zal zijn, die door mijn getuigenis Jezus heeft leren kennen! En dat kán. Ik heb immers de Geest van God ontvangen, die in mij werkt met kracht!

Schuiven naar boven