Zoeken naar wijsheid

Je hoeft niet bang te zijn

Als klein kind hebben we allemaal momenten van angst meegemaakt. En ook als volwassenen kunnen we best bang zijn. Bang voor ongelukken, bang geliefden kwijt te raken, bang om je baan te verliezen, bang voor de dood.
De meesten van ons worden hun angst wel weer de baas, maar sommigen lukt dat maar moeilijk. Wat moet je als angst je leven lijkt te regeren?

Omgaan met angst

In de Bijbel lezen we dat de discipelen van Jezus ook bang waren. Als vissers waren ze vertrouwd met de wateren van het meer van Gennesareth. Maar eens tijdens een storm, ging het er zo heftig aan toe, dat ze geen raad meer wisten. Jezus was bij hen, maar sliep overal doorheen! Maar uiteindelijk brengt Hij met ee enkel woord de storm tot bedaren en praat hij met zijn leerlingen over hun angst.

Dit verhaal staat drie keer in de Bijbel en in elke versie komt er een ander facet van hun angst onder de aandacht.

Begrijpelijke angst

In Matteüs’ weergave van deze gebeurtenis vraagt Jezus waarom ze bang zijn en Hij spreekt zijn discipelen aan als ‘kleingelovigen‘.

In het Nieuwe Testament wordt de term ‘kleingelovigen’ altijd gebruikt in combinatie met een blijk van Gods liefde en zorg. Jezus gebruikt het als koosnaampje om zijn leerlingen gerust te stellen: “Je gelooft, dus Ik zal voor je zorgen! En ik snap wel dat je bang bent, want je bent nog te klein om alles te overzien, zoals Ik dat kan”.

Angst voor het onbekende en voor de moeilijke dingen in het leven is geen zonde, maar hoort bij het leven als kleine mensen in een overweldigend grote wereld. Het leren omgaan met onze angst vraagt als eerste, dat we onze angst erkennen en onder woorden brengen.

Overbodige angst

Marcus’ weergave van hetzelfde verhaal geeft ons wat meer zicht op de bron van angst. Voor Hij met zijn discipelen over hun angst spreekt, komt Jezus hen te hulp door de storm tot bedaren te brengen. Maar de vraag die Hij dan stelt, dringt door tot een diepere oorzaak van hun angst: “Waarom zijn jullie zó bang?” Het is alsof Hij zegt, dat hun angst buiten alle proporties is.
Marcus zegt dan ook iets meer over de angst van de discipelen dan Matteüs. Daar werd hun angst om te vergaan beschreven. Maar hier komt er een element bij: “Trekt U zich er niets van aan?” Het klinkt als een verwijt. Het feit dat ze zouden vergaan was al erg, maar dat hun Meester, hun Heer, hun God, Zich hun lot niet leek aan te trekken, dat was onverdraaglijk.

Is die angst misschien bij ons allemaal aanwezig? Alsof we onbewust weten, dat we toeleven naar een eeuwigheid zonder God. Bij de zondeval is er een verwijdering ontstaan, die ons allemaal vervult met de angst om echt verlaten te worden, bij het sterven.
Door de stormen in ons leven komt die latente angst aan de oppervlakte.
En dat is misschien wel het ergste dat je kan overkomen: het gevoel dat niemand om je geeft, dat het niemand kan schelen, dat je het zo moeilijk hebt. Zelfs God niet.

Het antwoord van Jezus is geen verwijt, maar een veelbetekenende vraag. “Hebben jullie geen geloof?” Zijn leerlingen hebben zich aan Hem toevertrouwd. Hij is een relatie met ze aangegaan en heeft een verbond met hun gesloten om voor altijd voor ze te zorgen! Die relatie is verankerd in de onveranderlijkheid van God en niet afhankelijk van onze ervaring van Gods nabijheid of de kracht van ons geloof. Daarom kunnen de omstandigheden ons wel angst aanjagen, maar is er geen werkelijke reden voor de angst door God verlaten te worden.

Soms lijkt het dat God er niet meer is, of niet meer in ons geïnteresseerd is. Ook David wist daarvan: hoewel God bij hem was, onderging hij een periode in zijn leven als een dal van diepe duisternis! Maar al lijkt God soms te slapen, zijn zorg gaat onafgebroken naar ons uit!

Een wapen tegen de angst

De angst dat Hij ons afkeurt en verlaat, is feitelijk overbodig. Maar toch is ze er af en toe! En natuurlijk zijn er omstandigheden, die je terecht angst aanjagen. Dat is niet vreemd. Het zegt niets over de kwaliteit van je geloof. Het is geen zonde. De vraag is alleen: hoe ga je ermee om?
In het verhaal zoals het door Lucas beschreven wordt, stelt Jezus zijn vraag op deze wijze: Waar was je geloof?
Daarmee wordt nog weer een ander facet van ‘geloof’ belicht. De nadruk ligt nu niet op het aangaan van een relatie, niet op het feit dat je een gelovige bent, maar op het praktische gebruik van je geloof. Het geloof is een schild, een wapen dat zijn leerlingen vergaten te gebruiken.

Dat was overigens niet zo erg, want de Heer was er immers Zelf bij?! Maar Hij wilde hen wel trainen om dat wapen in de toekomst te gebruiken. Wat zou het hun een energie schelen, als zij door het geloof een deel van hun angsten zouden kunnen overwinnen.

Hoe kunnen we het geloof als een schild hanteren? Geloof werkt, als we luisteren naar het Woord van God. In moeilijke omstandigheden, juist als we ons door God in de steek gelaten voelen, mogen we ons richten op Gods Woord, op zijn beloften.

Als je bijvoorbeeld de woorden van Psalm 23:4 leest, kun je je geloof belijden, door tegen God te zeggen: “Heer, ik voel me alsof ik door een dal van diepe duisternis ga. Ik vind dit dal verschrikkelijk en ik wil er zo snel mogelijk uit. Ik snap ook echt niet hoe U dat kunt toelaten. U zegt, dat U bij me bent om me te troosten. Hoewel ik dat niet ervaar, wil ik het aanvaarden en geloven, dat U met me meegaat door dit dal”.

Zo oefenen je jezelf in geloof, in leven met de Heer. Achteraf ontdek je misschien, dat je op je tocht door de dalen van het leven, toch wat geleerd hebt over God en zijn zorg voor je.

Door te luisteren naar Gods Woord leer je leven vanuit het besef dat God er is en met je meegaat. God belooft, dat hij je zal leiden. Dat geldt voor ieder die zich aan Jezus toevertrouwt. Zelfs op momenten van angst, wanneer je zijn aanwezigheid niet ervaart!

Schuiven naar boven