Zoeken naar wijsheid

De doop met de Geest

Johannes de Doper zegt over Jezus: “Ik heb u gedoopt met water, maar Hij zal u dopen met de Heilige Geest” (Markus 1:8). Jezus herinnert zijn leerlingen aan deze uitspraak,  als Hij hen opdracht om na zijn hemelvaart Jeruzalem niet te verlaten, maar te wachten op de vervulling van de belofte: “Binnenkort worden jullie ​gedoopt​ met de ​heilige​ Geest” (Handelingen 1:4,5). Dit leidt tot de conclusie, dat de doop met de Heilige Geest heeft plaatsgevonden bij het Pinksterfeest, dat in Handelingen 2 beschreven wordt.

Teksten over de doop met de Heilige Geest

Evangeliën
De doop met de Heilige Geest komt 4 keer in de evangeliën voor. De evangelisten Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes maken alle vier gewag van de woorden van Johannes de Doper die hierboven al geciteerd zijn.

Handelingen
Verder komt deze uitdrukking 2 keer voor in het boek Handelingen. De eerste keer herinnert Jezus de leerlingen aan de woorden van Johannes de Doper. De tweede keer roept Petrus de woorden die Jezus vlak voor zijn hemelvaart uitsprak in herinnering. In beide gevallen wordt er geen nadere uitleg bij gegeven.

BrievenTot slot komt de uitdrukking één keer voor in de apostolische brieven. Daar wordt in een paar woorden uitleg gegeven omtrent de betekenis van deze uitdrukking.

Betekenis van de doop met de Heilige Geest

Er is dus een duidelijke uitspraak van een apostel over de betekenis van de doop met de Heilige Geest:

Wij zijn allen ​gedoopt​ in één Geest en zijn daardoor één lichaam geworden, wij zijn allen van één Geest doordrenkt, of we nu ​Joden​ of Grieken zijn, of we nu ​slaven​ of vrije mensen zijn” (vgl. 1 Korintiërs 12:13 NBG51).
De doop met de Heilige Geest markeert hier het begin van de gemeente als lichaam van Christus. Dit “lichaam van Christus komt in de brieven van Paulus vaker ter sprake. In Efeziërs beschrijft hij hoe Joden en heidenen als vijanden van elkaar gescheiden waren, maar dat Christus die twee tot één nieuwe mens zou scheppen, en de twee, tot één lichaam verbonden, met God zou verzoenen.

Het lichaam van Christus, ontstaan door de doop met de Heilige Geest, is een organisme met Christus als hoofd en degenen die in Christus geloven als de leden. In het Nieuwe Testament wordt deze eenheid aangeduid als “gemeente” (of:kerk (NBV),  Gr.: ἐκκλησία, ekklesia); voor het eerst gebruikt door Jezus toen Hij aankondigde zijn gemeente te gaan bouwen op het fundament van het geloof in Jezus als de Messias.

Een lichaam leeft door de geest die in het lichaam woont. Zo is het lichaam van Christus een levend organisme, een eenheid, door de Heilige Geest. Het menselijk lichaam is een instrument waardoor de menselijke geest zich manifesteert. Zo is de gemeente, het lichaam van Christus, het instrument voor de activiteiten van de Heilige Geest.

De doop met de Geest en het ontvangen van de Geest

Er zijn in dit verband twee zaken die onderscheiden moeten worden: de doop met de Heilige Geest en het ontvangen van de Heilige Geest. Al is het misschien zo, dat in Handelingen 2 die dingen wel samenvielen, ze zijn niet hetzelfde.

Bij de doop met de Geest gaat het niet om iets dat in de gelovige verandert. Het gaat om een werk dat aan en met de gelovigen gebeurde, waardoor ze allen tot één lichaam verbonden werden. De uitdrukking dopen met (of: “dopen in”), komt vaker in de Bijbel voor:

  • De doop in water – door Johannes de Doper
  • De doop met de Geest – door Christus
  • De doop in de zee en in de wolk – gebeurtenissen in de geschiedenis van het volk Israël

Het is duidelijk dat degenen die in water, in de zee en in de wolk gedoopt werden, niets ontvingen van datgene waarin zij gedoopt werden. De gedacht is niet: ‘je ontvangt iets’, maar: ‘je wordt verbonden met iets of iemand’, ‘je gaat over van het ene gebied naar een ander’. Door de doop in de wolk werden de Israëlieten verbonden met de heerlijkheid en de tegenwoordigheid van God. Door de ‘doop in de zee’ werden ze gescheiden van Egypte en geleid in de woestijn. Door de doop met de Heilige Geest worden gelovigen uitgeleid uit hun oude bestaan (als Jood, heiden, slaaf, vrije, enz.) en ingelijfd in het lichaam van Christus, verbonden met Christus en met allen die van Christus zijn. Met als doel: als lichtende lichtende sterren in een donkere wereld samen Jezus’ liefde zichtbaar maken

De doop met de Geest is in de Bijbel het startpunt van de gemeente. De geboorte van de gemeente is dus als gebeurtenis onherhaalbaar. Op het moment dat je tot geloof in Jezus komt, ontvangt je de Heilige Geest en word je ingeplant in het lichaam van Christus. Daardoor krijg je automatisch deel aan de zegen die de doop met de Geest teweeg bracht.
Je zou hier het menselijk lichaam als analogie kunnen gebruiken: de cellen die nu ons lichaam vormen, hebben de geboorte van ons lichaam niet meegemaakt, maar zijn voortgebracht door dat lichaam, dat zoveel jaar geleden geboren werd.

We hoeven dus niet te bidden om de doop met de Heilige Geest, maar we mogen God danken, dat we daaraan deel hebben in Christus. Natuurlijk bidden we wel om de werking van de Heilige Geest,maar dat komt in een ander hoofdstuk, over de vervulling met de Geest, aan de orde.

De doop met vuur

In twee van de teksten over de doop met de Geest uit de Evangeliën wordt Johannes de Doper iets uitgebreider geciteerd: “Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur“. Soms wordt dit opgevat als: “hij zal dopen met het vuur van de Heilige Geest”, in de betekenis van vurigheid, enthousiasme. Daarbij wordt dan gedacht aan het verschijnsel dat zich voordeed bij de uitstorting van de Heilige Geest, waarbij “tongen als van vuur” zich verdeelden over de volgelingen van Jezus, die vervolgens vrijmoedig getuigden van Jezus.

Alleen Johannes heeft over een doop in vuur gesproken. Jezus sprak alleen over de doop met de Geest en ook Petrus heeft de doop in vuur niet genoemd.

Als je nu nauwkeurig leest, merk je op, dat Johannes het heeft over twee verschillende dopen, met een totaal verschillend karakter. Let erop, dat Matteüs en Lucas, anders dan Marcus en Johannes, het publiek beschrijven dat naar Johannes is komen luisteren. Dat zijn onder andere Farizeeën en Sadduceeën, die door Johannes de Doper ontmaskerd worden als “adderengebroed”, die zich schijnheilig wilden laten dopen. Daarnaast zijn er “tollenaars” en “soldaten” die zich willen laten dopen, omdat ze oprecht verlangen om goed te leven. Die beide  groepen worden door Johannes aangesproken. En hij stelt ze twee wegen voor: als de Messias komt zul je gedoopt worden: met de Heilige Geest als zegen, of met het vuur van het oordeel.

Dat Johannes het zo inderdaad bedoelde, blijkt ook uit de woorden die Matteüs optekent. Hij gebruikt een andere beeldspraak ter verklaring: “die zal u ​dopen​ met de ​heilige​ Geest​ en met vuur. De ​wan​ is in zijn hand en Hij zal zijn ​dorsvloer​ geheel zuiveren en zijn graan in de schuur bijeenbrengen, maar het kaf zal Hij verbranden met onuitblusbaar vuur“.

Er zijn meer teksten die duidelijk maken, dat vuur betrekking heeft op het oordeel, denk aan Marcus 9:43-48, 2 Tessalonicenzen 1:7-9, Hebreeën 10:27 en 12:29

De doop met de Geest is het resultaat van de eerste komt van Christs, de doop met vuur vindt plaats bij zijn wederkomst.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Schuiven naar boven