Zoeken naar wijsheid

De geschiedenis van Gods Koninkrijk

Vanaf de schepping

Vanaf de grondlegging der wereldVan het allereerste begin had God het plan om zijn koninkrijk op aarde te vestigen. God wil als Koning heersen om zijn schepselen op aarde te laten genieten van Gods gerechtigheid en vrede. De mens was geroepen om in Gods naam de aarde te beheren en te bewaren door eenvoudig met God te wandelen. De zondeval kwam er tussen, maar Gods plan is niet wezenlijk veranderd. In de veroordeling van de slang die Adam en Eva verleidde, ligt de belofte besloten, dat er eens een mens zal zijn, die de zonde teniet zal doen. Dan zal – om een nieuwtestamentische uitdrukking te gebruiken – de tweede mens op aarde regeren. Tegelijk is het duidelijk, dat in de Bijbel wordt aangekondigd, dat de Heer Zelf als Koning op aarde zal regeren. Vele oudtestamentische profeten hebben daarover gesproken.

De roeping van Israël

Het volk van de Koning

De eerste keer dat deze Godsregering in de Bijbel wordt genoemd, is als Mozes God tot Koning uitroept in het lied dat gezongen werd nadat God de vijanden van het volk Israël had doen omkomen in de Schelfzee. In de nacht waarin het Pascha gevierd werd, was de natie Israël geboren. Het was Gods plan om door dit volk de aarde te regeren. God wilde in hun midden regeren en zo zijn heerschappij vestigen over de gehele aarde.

De Koning verworpen

Eén van de meest tragische momenten in de geschiedenis van Israël is opgetekend in het boek Samuël: De oudsten van het volk Israël vroegen aan Samuël, de profeet van God: “Benoem liever een koning om ons te besturen, zoals alle andere volken er een hebben” (1 Samuël 8:7). Ze verwierpen God als hun koning.

Het volk niet verworpen

Maar hoewel het volk de Heer verwerpt, verandert Gods plan niet. De Heer had voorzien dat zijn volk de andere volken zou volgen in hun verlangen een koning. Toen zij God afwezen, dachten ze echter niet aan de voorwaarde die God gesteld had: hun koning moest lijken op de leiders van de andere volken. En al was God boos over de afwijzing, Hij gaf hun wat de wilden: een koning naar hun hart. Een koning die politiek en militair goede dingen deed, maar het belangrijkste naliet: hij leidde zijn volk niet op de weg van gehoorzaamheid en toewijding aan God.

De Messias: Koning naar Gods hart

Nadat God Saul, de koning naar het hart van het volk, terzijde had geschoven, gaf Hij hun David tot koning, een man naar Gods hart. Uit hem zou de Messias voortkomen, die Koning zal zijn over Israël en over de volken).

Hoewel Davids zoon Salomo regeert op de troon van de Heer, is hij niet de Messias-Koning. De profeten verwachten iemand, groter dan Salomo, die het koningschap op Zich neemt, aan wiens Koningschap geen einde komt. Die niet alleen zoon van David zal zijn, maar tevens: Zoon van God. Aan Hem zullen alle koningen der aarde onderworpen zijn.

De Messias verworpen

Jesaja wist al, dat de boodschap over de komende koning, de laatste zoon van David, de Zoon van God weinig gehoor zou vinden. Zelfs de volgelingen van Jezus realiseerden zich maar nauwelijks, dat deze Jezus dezelfde was als de Heer uit het Oude Testament. En Hij, die eerder als God verworpen werd, wordt nu ook in overeenstemming met één van zijn gelijkenissen als mens niet geaccepteerd om koning over Israël te zijn.

Het Koninkrijk tussen kruis en wederkomst

Uitstel van de belofte

Is met de dood van de Koning het koningschap en het Koninkrijk van God van de baan? Dat niet. Hij wordt in de hemel uitgeroepen tot koning. Het openbare koningschap van Jezus is hooguit uitgesteld tot een ons onbekende, maar denkelijk nabije datum in de toekomst.

Een nieuwe vorm

In die periode van uitstel heeft het Koninkrijk een vorm aangenomen, die in voorgaande tijden onbekend was. Niet langer staat in dit Koninkrijk Israël centraal, niet langer is daar de troon van de Heer in Jeruzalem. Nu behoren tot het Koninkrijk van God allen die in de Heer geloven. In hun harten woont en regeert Hij.

Het Koninkrijk der hemelen

Voorzover dit Koninkrijk uiterlijke vormen, organisatiestructuren, heeft, wordt het aangeduid als Koninkrijk van God of Koninkrijk der hemelen. De uitdrukking Koninkrijk der hemelen komt alleen bij Matteüs voor. De uitdrukking Koninkrijk van God wordt gebezigd door alle vier de evangelisten (Matteüs, Marcus, Lucas, Johannes) en Paulus. Hoewel deze beide termen vaak synoniemen lijken te zijn, lijken er ook wat verschillen te zijn. Je zou kunnen zeggen dat het Koninkrijk van God gevormd wordt door alle wedergeborenen samen. Rechtvaardigheid, vrede en blijdschap zijn de door de Heilige Geest bewerkte zichtbare kenmerken van de burgers van dit rijk.

Het Koninkrijk der hemelen is een ruimer begrip. Het omvat de gehele christenheid, allen die zich christenen noemen – gelovigen en naamchristenen samen. In het Koninkrijk der hemelen bestaan goeden en kwaden, soms nauwelijks van elkaar te onderscheiden, naast elkaar – voor de menselijke waarnemer tenminste. Ik hoef dan ook niet te bepalen wie er vandaag de dag wel of niet tot dit Koninkrijk behoort, maar alleen m’n eigen hart te onderzoeken, of Christus in mij is.

De belofte niet herroepen

Het moge duidelijk zijn, dat deze vorm van het Koninkrijk, die aan de oudtestamentische profeten niet geopenbaard was, niet de laatste fase in de geschiedenis van het Koninkrijk van God is. De openbare Godsregering op aarde, door de profeten aangekondigd, zal bij de terugkeer van Jezus Christus worden opgericht!

Schuiven naar boven