Zoeken naar wijsheid

Geheimenissen van Gods Koninkrijk

Voordat we het onderwijs van de Heer Jezus over het Koninkrijk overdenken aan de hand van de gelijkenissen uit Matteüs 13, is het goed om na te denken over de betekenis van het woord “mysterie” of “geheimenis” (NBG51) of “verborgenheid” (Statenvertaling). Want in dit hoofdstuk gaat het over de geheimenissen van het Koninkrijk der hemelen.

De eerste keer dat het woord “geheimenis” in het Nieuwe Testament gebruikt wordt, is in Matteüs 13:11, waar Jezus vertelt waarom Hij zijn discipelen in de vorm van gelijkenissen onderwijst.

De omstandigheden van dat moment zijn markant: de leiders van de natie Israël hebben Jezus als Messias afgewezen door Hem te kwalificeren als onderdaan van Beëlzebul, de overste van de boze geesten. Jezus laat zien dat zij zich door die opstelling buiten de invloedssfeer van het Koninkrijk plaatsen. Ook de natuurlijke band met zijn familie wordt door zo’n keuze beïnvloedt.

Direct daarna spreekt de Heer over het Koninkrijk, dat God van de aanvang der wereld af heeft willen oprichten. Maar daarbij benoemt Hij facetten, die voorheen onbekend waren aan de mensen en die nu, voor het eerst en in embryonale vorm, in bedekte termen, worden aangekondigd.

Geheimenissen bekendgemaakt

De profetieën van het Oude Testament kenden twee bergtoppen, die de profeten uit de verte gezien hebben. Allereerst de geboorte en het het leven van de Messias; vervolgens ook zijn koningschap. Wat zich tussen die twee bergtoppen bevond, was aan hun blik onttrokken. Ze beseften, dat hun profetieën gingen over zaken die zij niet konden weten. Het waren”verborgen dingen”, die God aan hen  openbaarde. Maar ze beseften ook, dat er ook dingen waren, die God voor hen verborgen hield. Mozes legde daarvan getuigenis af, toen hij zei: “De verborgen dingen zijn voor de Heer, onze God, maar de geopenbaarde zijn voor ons... Uit de woorden van Petrus is op te maken, dat de oudtestamentische profeten een vermoeden hadden over een niet geopenbaard geheim. Want de profetieën over de Messias leken elkaar tegen te spreken. Ze zochten naar een oplossing zonder die te vinden. Hoe kon de Messias voor eeuwig regeren als hij moest sterven? Petrus vindt de oplossing in de opstanding van Jezus. Deze verborgenheid lijkt betrekking te hebben op wat er zal gebeuren na de verwerping van de Messias en voor de openbare verhoging van de Heer Jezus Christus. Voor ons hoeft dit geen verborgenheid meer te zijn. Want wat God vanaf de grondlegging der wereld in Zichzelf verborgen heeft gehouden, heeft Hij tenslotte geopenbaard.

In het boek Handelingen lees je, hoe God door zijn Geest aan het werk gaat na de opstanding van Jezus. We lezen hoe Jezus’ woorden[/simple-tooltip] in vervulling gaan en de christelijke gemeente gestalte krijgt. Ieder die belijdt dat Jezus de Zoon van God is, wordt toegevoegd aan die gemeente. De boodschap van het evangelie wordt dan ook verkondigd aan Joden en heidenen. Aanvankelijk stuitte dat op nogal wat tegenstand van de apostelen en de eerste christenen. Ze waren opgevoed met de gedachte dat God Zich exclusief met het Joodse volk bezig hield en begrepen Gods werkwijze niet. Evenmin wisten ze om te gaan met de niet-Joden die christen werden. Blijkbaar is God begonnen om de plannen die Hij van de aanvang der wereld af in Zichzelf verborgen heeft gehouden, uit toe voeren.  Daarom stelde God speciaal iemand aan om de details van deze verborgenheid bekend te maken: Paulus. Hij zegt over zijn aanstelling dit: “Mij… is deze genade te beurt gevallen… in het licht te stellen wat de bediening van het geheimenis inhoudt…“. Daarom is het geen verwaandheid of aanmatiging als hij dit geheimenis aanduidt als “mijn evangelie)” en zichzelf als een dienaar van Christus “aan wie het beheer van de geheimenissen Gods is toevertrouwd“.  In de apostolische geschriften, met name in de brieven van Paulus, worden de bijzonderheden van Gods werk in deze tijd bekend gemaakt. Steeds als daarin over een geheimenis gesproken wordt, wordt een facet van dit werk, het vormen en vervolmaken van de gemeente van Christus, toegelicht.

Gods handelen met de beide grote groepen mensen waarin tot Paulus’ dagen de wereldbevolking is verdeeld, Joden en heidenen, wordt onderbroken om een derde groep te formeren: de gemeente, het lichaam van Christus. Samen met Christus vormt de gemeente het grote onderwerp van het geheimenis van God. We komen daar later uitvoerig op terug. Ondertussen hoeft het ons niet te verbazen, als de beide andere groepen, Israël en de volken, door een waas van vragen, mysteries, geheimenissen, omgeven zijn.
Zo spreekt de Bijbel over het Israëls verharding), als iets dat bij het geheimenis hoort. Vlak vóór de terugkeer van Jezus Christus wordt het geheimenis voleindigd). Dan neemt God de draad van zijn handelen met Israël, dat schijnbaar doelloos tweeduizend jaren over de aardbodem heeft gezworven, weer op: Hij >gedenkt zijn verbond).

Zo wordt ook het optreden van de volkeren voorgesteld als een geheimenis: het geheimenis der wetteloosheid, een kracht die in het verborgen werkzaam is (NBV). Als een zuurdesem doortrekt dat het denken van de wereld, totdat tenslotte de boosheid volgroeid is. Vlak voor de terugkeer van Jezus Christus wordt het tenslotte openbaar als het geheimenis Babylon.

God laat in het tijdperk dat volgt op het lijden, het sterven en de verheerlijking van Christus en voorafgaand aan diens terugkeer naar de aarde, de volkeren op hun eigen wegen gaan. Hijzelf werkt ondertussen aan de vorming van de gemeente, door Joden en heidenen tot bekering te roepen.

Wie geen oog heeft voor dit goddelijke plan, zal niet of moeilijk antwoord kunnen geven op vragen als:

  • Welke rol speelt Israël, dat kleine landje aan de Middellandse Zee, dat dagelijks de voorpagina’s haalt, toch in het wereldgebeuren?
  • Hoe behoort de christen zich op te stellen tegenover Israël en het politieke wereldgebeuren?
  • Is er een doel achter de veranderingen die zich op alle terreinen van het leven voltrekken?

Behalve dat de heilsgeschiedenis een verborgen periode kent, het tussenliggende dal waar de profeten geen weet van hadden, openbaart het Nieuwe Testament nog een paar “verborgenheden”, mysteries

Het geheimenis van Gods wil

Gods wil in betrekking tot de mens wordt op meerdere plaatsen in de Bijbel duidelijk omschreven: God wil dat alle mensen tot bekering komen en gered worden. Ook maakt de Bijbel er geen geheim van dat deze behoudenis uitsluitend het resultaat is van genade. Van Abraham wordt gezegd dat hij rrechtvaardig is door geloof alleen en David kent de verlossing die niet op werken gebaseerd is.

Maar het geheimenis van Gods wil is daarin gelegen, dat Hij een deel der verlosten – zij die tussen de gebeurtenissen van Handelingen 2 en van 1 Tessalonicenzen 4 tot geloof zullen komen – een andere positie en andere zegeningen geeft dan de overige verlosten. God brengt hen in een levende relatie met Christus, opdat hun levens nu al werkelijk de lof van zijn heerlijkheid zouden verbreiden. De overige verlosten moeten daarvoor wachten tot de komst van Christus in heerlijkheid. Bovendien blijkt in het vervolg dat deze relatie tussen Christus en de gemeente wel heel bijzonder en uniek is!

Het geheimenis van Christus

24)

Christus staat centraal in het handelen van God met de mensen gedurende de periode van verborgenheden. Christus staat centraal in Gods gedachten,

  • in betrekking tot de redding van zondaars, waarbij geen onderscheid meer wordt gemaakt tussen Joden en heidenen.
    Zijn leven en zijn dood alleen zijn voor God reden om de zonden kwijt te schelden van ieder die zich aan Jezus toevertrouwt. Een tijdelijke bedekking van de schuld waarin de oudtestamentische offerdienst voorzag, is niet meer nodig.
  • in betrekking tot de bewaring der gelovigen.
    Zij die door het geloof in het verzoenend lijden en sterven van Christus behouden worden, zijn in hun levenswandel niet altijd volmaakt. Dat zij desondanks behouden blijven, danken zij aan het feit dat God voortdurend Jezus ziet, die onze

    voorspraak is 25). God ziet hen “in Christus” 26).

  • in betrekking tot zijn omgang met de gelovigen.
    God wil gemeenschap met de gelovigen, Hij wil persoonlijk met hen omgaan. Deze gemeenschap is er in en door de Heer Jezus 27 28).

Christus staat ook centraal voor de gelovige:

  • de gelovige verwacht zijn redding van en dankt die aan Christus alleen.
  • de gelovige is zeker van zijn eeuwig behoud, omdat hij weet “in Christus” te zijn.
  • de gelovige vindt kracht tot een heilig leven, omdat hij weet dat Christus in hem is 29) om hem tot overwinning te leiden.

Het geheimenis van Christus omvat een boodschap die niet zoals de wet der tien geboden alleen voor Israël bestemd is 30), maar een die aan alle mensen gepredikt moet worden, aan Joden en heidenen 31). Want alle mensen worden in de periode van het geheimenis gelijkelijk behandeld 32).

Het geheimenis des geloofs

 33)

Een eerder genoemde gedachte wordt nader uitgewerkt als Paulus spreekt over “het geheimenis des geloofs”. Het geloof hoort de motor van ons leven te zijn, waardoor de gelovige de kracht vindt om het hoofd te bieden aan de velerlei verzoekingen die op hem afkomen. Het geloof zelf is geen kracht, maar een erkenning van eigen krachteloosheid en het verlangen kracht van iemand anders te ontvangen. Maar het “geheimenis des geloofs” nu leert de gelovige zijn kracht alleen te zoeken in Christus, die in de gelovige woont.
De gelovige weet niet alleen van God, die in de hemel woont, die zijn plan heeft voor het leven van iedere gelovige en die zijn wil bekend maakt. Hij weet ook van het geheimenis dat Christus in hem woont 34 35).
Daarom zal hij niet krampachtig trachten zijn leven te verbeteren. De tekortkomingen en zonden die hij in het licht van Gods Woord in zijn eigen leven ontdekt, zal hij in het gebed bij de Heer brengen, om Hem te vragen zijn gedachten, woorden en daden meer te beheersen dan voorheen. Hij vraagt Christus om uit zijn karakter en gewoonten weg te nemen wat strijdt met de heiligheid van God, opdat het karakter, het leven van Christus, zich meer en beter zal kunnen openbaren.
Woonde Christus niet in ons – we zouden het leven van Christus slechts kunnen imiteren. Nu Hij in ons woont, heeft Hij de mogelijkheid zijn eigen heerlijkheid in ons ten toon te spreiden: Hij is voor ons de hoop der heerlijkheid!
Maar dat gaat niet automatisch: daar is geloof voor nodig: we strekken ons uit naar Christus om Hem de leiding van ons leven toe te vertrouwen.

Het geheimenis der zeven sterren

 36)

De zeven sterren zijn de engelen der zeven gemeenten. Deze soort beeldspraak komt vaker in de Bijbel voor. Zoals het lichaam van Christus geen tempel heeft, maar een tempel is 37); zoals het Woord van God geen waterbad heeft, maar een waterbad is 38 39), zo hebben de zeven gemeenten geen engelen, maar zijn ze “engelen”, dat is “boodschappers”. Zij zijn lichtende sterren in de wereld 40). Zo wordt de gehele gemeente voorgesteld door deze zeven sterren, of engelen, of gemeenten in Asia, in haar speciale hoedanigheid als gezant van Christus.
En ook in deze verantwoordelijkheid naar buiten, naar de wereld, is de gemeente een “geheimenis”. In vroeger tijd was Israël, als natie. Gods Boodschapper op aarde. Het is bekend hoe ze het er afbracht. Maar de gemeente zou het er niet beter afbrengen als God in zijn ondoorgrondelijke wijsheid geen speciale voorzieningen had getroffen, waarvan men in oudtestamentische tijden geen enkel vermoeden had.
De Heer is in zijn gemeente komen wonen. De woorden “Christus onder (SV: in) u” 41), staan in het meervoud. Ze duiden er in de eerste plaats op, dat Christus woont in het geheel van de gelovigen, in allen samen, in de gemeente die zijn lichaam is. Uitvloeisel daarvan is, dat Hij, door zijn Geest, ook woont in iedere gelovige afzonderlijk 42 43). Doordat Hij in de gemeente woont, kan Hij ieder afzonderlijk zo doen functioneren, dat de gemeente als geheel een harmonieus getuigenis is van de veelkleurige wijsheid Gods.

Maar waar de gemeente deze “geheimeniswaarheid” vergeet, moeten we verwachten dat ze meer tijd en aandacht gaat besteden aan de verbetering van de wereld door het uitvaardigen van allerlei “christelijke wetten”, dan doelgericht en met prioriteit het geheimenis van het evangelie te verkondigen en de gemeente te bouwen door het winnen van zielen, in wie Christus woning kan maken. Dan ook moeten we verwachten, dat de harmonie in het christelijke getuigenis schade lijdt en dat er in vele gevallen zelfs geen getuigenis omtrent de genade en wijsheid van Christus van de gemeente uitgaat.

Het geheimenis van onze verheerlijking

 44)

De gemeente van de Heer Jezus Christus, met Pinksteren aan haar aardse loopbaan begonnen, nadert haar voltooiing. En ook die zal bereikt worden op een manier, waarvan de oudtestamentische profeten nog niet konden dromen. De gelovigen zullen in een moment verheerlijkt worden, geschikt gemaakt om de hemel te betreden. Terwijl het aardse leven “gewoon” verder gaat, terwijl de overige doden in hun graven blijven liggen, worden de gelovigen die reeds gestorven zijn, onvergankelijk opgewekt; zij die nog leven worden in een moment veranderd 45). En samen worden zij plotseling weggerukt om zo met Christus te zijn 46).

Samenvatting

De verborgenheden van God hebben betrekking op het werk van de Zoon van God in de periode die begint met de verwerping van Christus door Joden en heidenen. Alle oudtestamentische profetieën betreffende Israël en de volken die nog niet in vervulling waren gegaan, zijn toen – voor de menselijke waarneming – op de lange baan geschoven. God begon zijn gemeente te formeren uit Joden en heidenen. Pas als dit geheimenis, deze voorheen verborgen gebleven gedachte van God, zijn vervulling bereikt heeft, gaat Gods handelen met Israël en de volken weer verder.
Dit geheimenis van Christus en zijn gemeente wordt prachtig weergegeven in de woorden van 1 Timoteüs 3:16):

1 Timoteüs 3:16 vervuld in:
Die zich geopenbaard heeft in het vlees menswording en vernedering van Christus
is gerechtvaardigd door de Geest opstanding van Christus
is verschenen aan de engelen hemelvaart
is verkondigd onder de heidenen getuigend werk van de gemeente door de heilige Geest
geloofd in de wereld zichtbaar in de wandel der gelovigen
opgenomen in heerlijkheid verheerlijking van de gemeente

 

Schuiven naar boven