Zoeken naar wijsheid

Het ontstaan van de Koran

Van polytheïsme naar monotheïsme

Tot de tijd van Mohammed werden er in godsdienst van de Arabische stammen vele goden en afgoden aanbeden. In veel gevallen werd een mannelijke (maan)god, genaamd Hubal, ook aangeduid met de titel Allah, en een godin genaamd Allat, gewijd aan de zon, vereerd; overigens samen met allerlei andere hogere wezens.
Mohammed introduceerde daarentegen een absoluut monotheïsme, waarbij de titel Allah, die gebruikt werd om de hoogste onder de goden aan te duiden, gereserveerd werd voor de enige God.

Joodse en christelijke invloeden

Mohammed maakte vele karavaanreizen en kwam daarbij in aanraking met Joden en christenen. En ook in Medina was er een aanzienlijke Joodse gemeenschap. Zonder enige twijfel is hij bij de vorming van zijn ideeën beïnvloed door de godsdienst van de Joden en van de christenen.
Maar zelf heeft hij de Bijbel nooit gelezen. Allereerst omdat hij, in elk geval volgens een moslimse overlevering, analfabeet was, maar – veel belangrijker – omdat ook de christenen in die dagen ver voor de boekdrukkunst niet erg vertrouwd waren met de Bijbel.
Dus wat Mohammed wist over het christelijke geloof, had hij opgepikt uit de verhalen die Joden en christenen hem verteld hadden. Maar het christelijke geloof in die dagen was een mengeling van geloof en bijgeloof, van geloof in God en aanbidding van heiligen, van bijbelse leer en menselijke gedachten. We kunnen het Mohammed dus moeilijk kwalijk nemen als hij het bijbelse onderwijs niet helemaal goed begrepen heeft.

Heilige boeken

De door Mohammed verkondigde godsdienst is gebaseerd op een aantal heilige boeken, voor een deel overgenomen van Joden en christenen:

  • Het boek van Abraham. Het is niet bekend wat er in dat boek staat/stond, omdat het verloren gegaan is.
  • Tawrath (Thora) – de vijf boeken van Mozes
  • Zabur – de Psalmen van David
  • Indjil – de vier Evangeliën.
  • de Koran

Hoewel Mohammed (delen van) de Bijbel aanvaardde als heilige boeken, spelen deze teksten in de godsdienst nauwelijks een rol, omdat Joden en christenen volgens Mohammed de inhoud van deze boeken zouden vervalsen en aanpassen aan hun leringen.
Toch was volgens een beroemd moslimgeleerde als Al-Ghazali de tekst van de Bijbel correct en betrouwbaar vastgesteld. Het verwijt dat Mohammed de Joden en christenen maakte zou dan als volgt gelezen moeten worden: niet alles wat Joden en christenen leren is in overeenstemming met de leer van de Bijbel. Waarmee zelfs wij kunnen instemmen ….
Bovendien geloven moslims, dat de engel Gabriël (Djibriel) de Koran aan Mohammed gegeven heeft om alle eerdere boeken aan te vullen (en te corrigeren). Dit boek zou nooit zijn geschapen, maar eenvoudig van eeuwigheid af bestaan hebben in de hemel, tot het aan Mohammed gegeven werd. Geen ‘hamza’ of ‘shaddai’, de kleinste Arabische lettertekens, is in de loop der eeuwen ooit gewijzigd.
Het woord “Koran” betekent: “dat wat voorgelezen / voorgedragen moet worden”.

Openbaring en verzameling

Omtrent het ontstaan van de Koran zijn er twee theorieën, die door moslims onderschreven worden:

Mondelinge overlevering
Volgens de overlevering kon Mohammed niet lezen of schrijven. Hij zou de Koran in gesproken vorm in zijn ziel hebben ontvangen van de engel Gabriël. Hij zou ze vervolgens hebben uitgesproken voor zijn volgelingen. Zij hebben de woorden uit hun hoofd geleerd en reciteerden ze aanvankelijk alleen maar. Het woord “Koran” betekent ook zoiets als “reciteren”, “uitspreken”.
Na de dood van Mohammmed kwam de mondelinge traditie in gevaar, omdat velen die de woorden van de profeet zelf gehoord en vervolgens uit het hoofd geleerd hadden, stierven in de oorlogen van de Ridda onder Mohammeds opvolger Abu Bakr.

Deze Abu Bakr is ook degene die het initiatief nam om de teksten van de Koran te verzamelen. Het kostte enige jaren om alle teksten te verzamelen uit de monden van hen, die Mohammed zelf gehoord hadden en van wat opgeschreven was op ‘papyrys, potscherven, palmbladeren, schouderbladeren en stukjes leer’ (de materialen die toen gebruikt werden om aantekeningen op te maken).
In het jaar 650, onder kalief Oethman werd er een definitieve tekst samengesteld, die volgens moslims de letterlijke tekst is, die aan Mohammed is geopenbaard en tot op de dag van vandaag onveranderd is gebleven.
Elk woord en elke letter komt uit de hemel, 6536 verzen, 99.400 woorden en 3.116.670 letters. En omdat Mohammed ongeletterd was, moet Allah zelf wel de bron zijn van deze mooie tekst. Dit wonder bewijst, dat Mohammed een profeet is.

Moslims vereren dit boek. Vaak wordt het in de kast op de bovenste plank bewaard – boven alle andere boeken. Geen ander boek mag op de Koran gelegd worden. Voordat een moslim het boek ter hand neemt, dient hij zichzelf te reinigen.
Wie dit in gedachten houdt, begrijpt, dat moslims het als een teken van weinig eerbied voor de Bijbel beschouwen, als een christen een verfomfaaid zakbijbeltje tevoorschijn haalt of zijn Bijbel op de grond legt. Het verschil zit ‘m hierin, dat christenen de inhoud van de Bijbel hoogachten, maar dat ze niet de materiële vorm waarin het Woord tot hun komt vereren.

Geschreven openbaring
De boven beschreven voorstelling van zaken wordt door andere moslims betwist. Men wijst erop, dat de chronologisch eerste openbaring spreekt over “lezen“. De vertaling: “Verkondig de naam van uw Heer, de Schepper”, zou volgens dr. Rashad Khalifa beter weergegeven worden door: “Lees, in de naam van uw Heer, de Schepper”; deze Soera bevat ook de aanwijzing dat de profeet is onderwezen met de pen.
De tweede openbaring in de chronologische volgorde is zelfs getiteld: “de Pen” (Soera 68). Volgens deze theorie zou Mohammed eigenhandig de woorden van de Koran hebben opgeschreven, anderen menen, dat hij ze gedicteerd heeft aan zijn toehoorders.
Het werk van de kaliefen was dan niet zozeer het noteren van de mondelinge overlevering en het verzamelen van tekstfragmenten, maar het vaststellen van de volgorde waarin ze gepubliceerd moesten worden. Uiteindelijk zou onder Kalief Oethman de definitieve volgorde van de Soera’s, die afwijkt van de chronologische, worden vastgesteld. Niet de eerste openbaring stond voorop en de laatste achteraan, maar ze werden gerangschikt van groot naar klein: de langste Soera vooraan, de kleinste achteraan.

Tekstvarianten

Maar er bleken al in de tijd van de kaliefen verschillende tekstvarianten te bestaan – die zelfs tot een schisma hebben geleid, dat tot op de dag van vandaag voortduurt. Want de kloof tussen Soennieten en Shi’ieten is daardoor ontstaan.
Weliswaar heeft kalief Oethman geprobeerd de afwijkende teksten te vernietigen, maar zelfs eeuwen later, toen Ibn Mujahid (gestorven in het jaar 936) tot een eensluidende tekst probeerde te komen, bleven er nog minstens 14 verschillende tekstvarianten bestaan.
De stelling, dat de Koran onveranderd uit de hemel naar de aarde is gekomen, doet de vraag rijzen, om welke van de verschillende lezingen het dan gaat. Een vraag, die ook door moslimgeleerden niet beantwoord kan worden.

Schuiven naar boven